Geschiedenis

Geschiedenis

In 1969 werd Leen La Rivière gevraagd om de eerste toernee van de Amerikaanse Continental Singers te organiseren. Leen La Rivière was al sinds begin jaren zestig actief met geloof, kunsten, activiteiten. Die eerste toernee had een enorme impact op zijn leven: een totaal nieuwe combinatie van kunst, geloof, jongerencultuur werd mogelijk. Die toernees werden fulltime werk; Continental Sound werd opgericht. Studiedagen werden opgezet, vragen kwamen uit geheel Europa. En dat leidde in 1980 tot Europees beraad om tot het eerste jaarlijkse internationale Christian Artists Seminar te komen. In 1981 werd dat een feit en had een enorme inspirerende dynamiek (en dat is trouwens nog steeds zo). Van alleen muziek verbreedde dit seminar zich naar alle podiumkunsten(1984) en in 1986 kwamen de beeldende kunsten erbij. Al in 1985 begonnen er signalen te komen, dat deelnemers zich het hele jaar door betrokken voelden, dat kwam zeer sterk terug in 1986. En zo kwam ongepland een beweging tot stand. Die beweging kreeg structuur. Van wezenlijk belang was het visiedocument “Nederland/Europa in de jaren 90”, dat gaf een duidelijke richting. Er kwamen allerlei studiedagen, beraad, overleg en zo kwamen in Nederland de ‘Christian Artists Verenigingen’ tot stand (voor muziek, voor dans, voor beeldende kunst); een hele structuur voor christen kunstenaars/muziek/groepen, etc kwam tot stand. In 1989 was er een ‘toevallige’ ontmoeting in het Catharijnenconvent, Utrecht tussen voorzitter Leen La Rivière en Peter Cammaert (toen algemeen secretaris van het CNV). Dat contact leidde tot verder overleg met CNV-voorzitter Henk Hofstede en de verbondsraad van het CNV. Per 1 juli 1989 kwam de aansluiting tot stand van ‘christian artists’ bij de vakcentrale CNV. De vakbondsbobo’s verwelkomden hartelijk deze nieuwe sector, maar moesten soms behoorlijk wennen aan de andere benadering en vragen. En omgekeerd moest ‘christian artists’ c.q. Leen La Rivière behoorlijk wennen aan de maatschappelijke problematiek. Maar eindelijk werd het mogelijk om echt iets te gaan doen aan vele problemen van de leden en de hele sector.

Van 1989 tot 1992 werd het hele werkapparaat geprofessionaliseerd. Vakgroepbestuurders werden geschoold. Het Gospel Musicmagazine van Continental Sound werd het blad Music & Art van de hele beweging. De behoefte aan een bindend missionstatement ontstond. Na een interessant jaarlang proces, waaraan alle vakgroepen en Continental Sound deelnamen kwam het missionstatement tot stand:
“Geroepen deel te nemen aan het Koninkrijk van God betkent: het in praktijk brengen van liefde, barmhartigheid, vrijheid, solidariteit en gerechtigheid, met als gevolg dat de cultuur op creatieve en/of verkondigende manier beïnvloed en gevormd wordt”.
Alle vakgroepen, Continental Sound hebben dit als samenbindende leidraad. In 1992 werd het mogelijk om het proces in te gaan om de Nederlandse activiteiten beter te clusteren en dat leidde tot de formele vorm van de CNV KUNSTENBOND met zelfstandige vakgroepen (die als verenigingen waren opgezet; men was duidelijk eigenlijk lid van zo’n vakgroep en indirect lid van de kunstenbond). Nieuwe belastingregels maakten hier een eind aan (opheffing van alle vakgroepverenigingen) en kwam een statutenherziening (2004) tot stand na achterbanberaad, ledenoverleg, bestuursberaad van alle vakgroepen: Iedereen werd rechtstreeks lid van de CNV Kunstenbond en daarna pas is men ingedeeld in een vakgroep. In 2004 sloot de NTR/NRM zich aan als ‘algemene vakgroep’ (dus zonder chr.identiteit). In 2005 sloten de abonnee’s van Bottomline zich aan, dat werd vakgroep ‘gospel’ en de magazines Music & Art en Bottomline werden samengevoegd tot ‘SIGNS’ als blad van de hele CNV Kunstenbondbeweging.

De CNV Kunstenbond is dus de rechtsopvolger van Continental Sound(1969/1970), Nederlands Toonkunstenaars Register (1950), Bottomline (1992), Gospel Music Magazine (1980)